voorstellen (presenteren)

werkwoordprs = in uitdrukkingen, spreekwoorden, e.d.

Ook komt het voor dat beide behandelingen worden voorgesteld.

Ik wilde me anders voorstellen dan ik was.

Ze werden aan elkaar voorgesteld met de bedoeling dat ze zouden trouwen.

Hij heeft me ook voorgesteld aan zijn vrouw en heeft mijn liedje aan haar laten horen.

Zaterdagavond werd de film voorgesteld in een kleine bioscoop in Cannes, buiten de officiële competitie.

Ook de banengroei is minder rooskleurig dan wordt voorgesteld.

Ze stellen dan andere muziek voor die daar sterk op lijkt.

Het college gaat dit voorstellen aan de gemeenteraad.

Hij ging tegenover me zitten en stelde zich voor.

De chauffeur stelde voor om met hem mee te rijden.

Ik stel voor dat iedereen daarmee leert leven.

Een uitgever stelde voor om het te presenteren als een autobiografie.

Alle partijen stellen voor om de belastingen op arbeidsinkomen te verlagen.

De zangers stellen zich aan elkaar voor met een eigen liedje.

Zal ik voorstellen om het raam alvast een beetje open te zetten?

In de plenaire zaal stellen de overgebleven kandidaten zich voor.

Hij stelde het nu ook voor in een open brief.

We stellen daarom een maatregel voor die alleenstaande ouders meteen voelen.

Vanavond stelt hij zijn album live voor.

Hij stelt daarom voor deze volksverzekering in de toekomst te handhaven.

Het op één na populairste sociale netwerk stelt eigenlijk niks voor.

Wat stelt voetbal voor in tijden van dergelijk verlies?

Hij stelde voor de verjaringstermijn voor dubieuze privatiseringen te verkorten van tien tot drie jaar.

De oppositie stelde voor om het presentiegeld voor gemeenteraadsleden af te schaffen.

Hij stelde voor om voor alle inwoners een hoogwaardig fotoboek te maken.

subject

Wie of wat (...)?

substantief

arts

bedrijf

burgemeester

commissie

kabinet

kandidaat

man

minister

onderzoeker

partij

(4 meer)

object

Wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

album

alternatief

boek

film

idee

kandidaat

maatregel

oplossing

plan

programma

(3 meer)

pronomen

haar

hem

iets

[niets, weinig, nauwelijks iets, niet veel]

zich

zichzelf

indirect object

Aan wie of wat, of voor wie of wat (...) men of wordt (...)?

substantief

gemeenteraad

regering

pronomen

haar

hem

hen

u

prepositiegroep

aan:

elkaar

gemeenteraad

klant

publiek

regering

vriend

vrouw

bepaling

Waar, wanneer, hoe, enz. (...) men?

adverbium

concreet

gisteren

officieel

vaak

prepositiegroep

in:

Brussel

parlement

op:

filmfestival

symposium

predicatieve aanvulling

adjectief of adverbium

mooi

positief

rooskleurig

prepositiegroep of conjunctiegroep

als:

agent

alternatief

oplossing

trainer

verbum auxiliare of groepsvormend verbum

Welk hulpwerkwoord of groepsvormend werkwoord wordt vaak gebruikt bij voorstellen?

willen

zullen

bijzin ingeleid door

(om) te

dat

Er zijn (nog) geen patronen opgetekend.

Voor meer informatie over dit woord: klik op Voorbeeldzinnen of Combinatiemogelijkheden.